Overdag zetten ze zich in voor het lokaal bestuur, maar wanneer de sirene loeit, staan ze paraat als brandweervrijwilliger. Filip Samoy en Kristof Lampaert combineren hun job bij de gemeente Moorslede met een engagement bij de brandweer, gedreven door kameraadschap en de wil om anderen te helpen. In het kader van de Week van de Vrijwilliger vertellen ze wat dat engagement voor hen betekent.
Hoe is het om brandweervrijwilliger te zijn?
We doen het met veel plezier. Het vraagt wel een inspanning: je moet je beschikbaar stellen en je moet steeds je trainingen en opleidingen blijven volgen. Er komen voortdurend nieuwe technieken bij waarvoor we opgeleid moeten zijn. We hebben niet elke dag een interventie, maar we moeten wel altijd alert blijven.
Wat was voor jullie de doorslag om brandweerman te worden?
Vooral de groepssfeer speelde een grote rol. Iedereen kent wel iemand die bij de brandweer zit. Je hoort hen erover vertellen, je komt eens naar een opendeurdag en je ziet de vriendschappen binnen het korps. Dat spreekt aan. Zo zet je uiteindelijk zelf de stap om brandweervrijwilliger te worden. Het is ook een ideale manier om nieuwe mensen te leren kennen.
Wat geeft jullie de voldoening om het te blijven doen?
De kameraadschap is zeker een grote meerwaarde. Je hebt elkaar altijd nodig, want de brandweer werkt in groep. Sinds de zonewerking werken we ook vaker samen met korpsen uit andere gemeenten. Dat zorgt ervoor dat je veel nieuwe mensen leert kennen en leert samenwerken met andere korpsen. Daarnaast geeft het veel voldoening wanneer je weet dat je iemand kan helpen tijdens een interventie.
De kameraadschap is zeker een grote meerwaarde. Je hebt elkaar altijd nodig, want de brandweer werkt in groep.
BCHoe combineren jullie een job bij het lokaal bestuur met een oproep als brandweervrijwilliger?
Er is altijd een goede relatie geweest tussen de brandweer en het gemeentebestuur. Dat was vroeger zo, toen de brandweer nog gemeentelijk was, en dat is vandaag nog steeds het geval binnen de zonewerking. Als medewerker van het lokaal bestuur mogen we onze dienst verlaten bij een interventie binnen de zone. Uiteraard moet het wel haalbaar blijven: als we met de technische dienst in Dadizele aan het werk zijn, geraken we niet altijd binnen de vijf minuten aan de kazerne.
Hoe vaak worden jullie gemiddeld opgeroepen?
Het is moeilijk om daar een gemiddeld cijfer op te plakken. De ene week is de andere niet. Soms zijn er periodes waarin het lang duurt voor we een oproep krijgen, en dan zijn er weken met drie tot vier interventies.
Is dat goed te combineren met het gezinsleven?
Je partner moet daar zeker achter staan, maar het is wel combineerbaar. Daarnaast organiseren de partners onderling ook vaak activiteiten. Ook zij vormen een hechte vriendengroep.
Met welke soorten interventies komen jullie het vaakst in aanraking?
We worden opgeroepen voor heel uiteenlopende interventies, van natuurschade tot verkeersongevallen. We hebben niet echt één type interventie dat eruit springt, maar we merken wel een duidelijke daling van het aantal verkeersongevallen. Vijfentwintig jaar geleden hadden we daar maandelijks mee te maken. Vandaag gaat het nog om één à twee keer per jaar, mede dankzij de evolutie en de verhoogde veiligheid van voertuigen. Daarnaast zetten we ook sterk in op brandpreventie, wat ervoor zorgt dat het aantal branden daalt.
Een interventie die in het geheugen blijft zitten, zijn de overstromingen in de provincie Luik. Daar zijn we allebei gaan meehelpen met de brandweerzone Midwest bij het ruimen van puin.
BCWat doen jullie buiten de interventies?
We houden ons bezig met trainingen, het onderhoud van het materiaal en het gebouw. Binnen het korps organiseren we maandelijkse oefeningen op verschillende locaties in Moorslede. Dat gebeurt vaak bij bedrijven, wat als voordeel heeft dat we die van binnenuit leren kennen: welke machines en rollend materieel zijn er aanwezig, wordt er gewerkt met gevaarlijke stoffen, hoe geraken we vlot binnen en waar is de dichtstbijzijnde watertoevoer? Daarnaast oefenen we ook op openbare plaatsen zoals woonzorgcentra, parken en boerderijen. Beiden geven we bovendien bijscholingen aan nieuwe en huidige brandweerlieden.
Welke eigenschappen zijn belangrijk om een goede brandweervrijwilliger te zijn?
Een teamplayer zijn is het allerbelangrijkste. Je hoeft ook geen marathonatleet te zijn. Ons vrijwilligerskorps bestaat uit mensen met heel uiteenlopende opleidingen en beroepen. Bij een interventie met veel elektriciteit is het bijvoorbeeld handig dat iemand daar kennis van heeft. Bij stabiliteitsproblemen van een gebouw komen mensen uit de bouwsector of wij, vanuit de technische dienst, goed van pas. Iemand met een administratieve achtergrond is dan weer sterker in papierwerk. Iedereen heeft zijn sterkte en samen vullen we elkaar perfect aan.
Hoe kan iemand vandaag zelf brandweervrijwilliger worden?
Wie wil solliciteren als brandweervrijwilliger, moet eerst een Federaal Geschiktheidsattest (FGA) behalen. Wie daarvoor slaagt, kan vervolgens een opleiding volgen bij een korps naar keuze. Om geïnteresseerden voor te bereiden op die FGA-proeven, organiseren we op regelmatige tijdstippen testdagen. De eerstvolgende testdagen vinden plaats op zaterdag 6 juni en zaterdag 22 augustus. Wie interesse heeft, kan contact opnemen met een Moorsleedse brandweerman die hij of zij kent of spring gerust eens binnen in het brandweerarsenaal.
Word jij ook brandweervrijwilliger? Kom naar de testdagen op zaterdag 6 juni en zaterdag 22 augustus, neem contact op met een Moorsleedse brandweerman die je kent of spring gerust eens binnen in het brandweerarsenaal.




